thumb

Toezicht op een noodlijdende cultuursector

Nieuws | 7-10-2020 | 35 | 4
thumb

De maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus hebben grote gevolgen voor de culturele en creatieve sector. Hoe ga je daar als toezichthouder mee om? We vroegen het aan Anneke Groen, oud-directeur van de Rode Hoed in Amsterdam en jarenlang actief als toezichthouder in de kunst- en cultuursector.

Anderhalve meter afstand. Dat is sinds 1 juli de norm in de theaters en concertzalen. Dat maakt het niet gemakkelijk om voor een groot publiek te spelen. Denk maar eens in: in een theater van zeshonderd, zevenhonderd zitplaatsen kunnen dan hooguit 150 mensen plaatsnemen. En geen theater kan draaien op 25 procent van de bezetting. Voor juli was de situatie nog erger: maandenlang waren alle theaters en zalen gesloten. Alles lag ineens stil. En inmiddels zijn de maatregelen weer zo aangepast dat er slechts 30 mensen in veel zalen mogen zitten.

Enorme klap

Anneke Groen weet het moment dat Mark Rutte de intelligente lockdown aankondigde nog goed. “Ik dacht meteen, dit is een ramp. Zeker voor een stad als Amsterdam, waar ik woon. Zoveel is hier afhankelijk van cultuur. Al die voorstellingen en opera’s, waar vaak maanden voor was gerepeteerd, die niet meer doorgingen. Mijn hart ging uit naar alle betrokkenen, de makers, de producenten, de theaters. Het was een enorme klap.”

De stilte in de theaters vertaalde zich echter niet door in stilte onder de toezichthouders. “Voor hen betekende de crisis juist meer werk”, vertelt Anneke. “Zij moeten meehelpen om geld te zoeken, om relaties te versterken, de juiste fondsen te vinden. De lobby-rol is nu belangrijk, om bij de overheid kenbaar te maken dat steun onmisbaar is. Daarnaast moeten zij dichter op het bestuur gaan zitten, niet alleen voor de inhoudelijke steun, maar ook voor mentale steun. Ook aan de makers overigens. Het toezicht moet wat mij betreft flink aan de bak.”

Worsteling

Anneke weet uit ervaring hoe belangrijk het is om mensen in het toezicht te hebben die zélf uit de culturele wereld komen. “Want dan weet je pas echt hoe groot de worsteling is. Die worsteling was er natuurlijk ook al voor de coronacrisis. Cultuur is een onderbetaalde sector, waar standaard een gebrek aan geld is. Ik ben jarenlang toezichthouder geweest bij Theater het Amsterdamse Bos. Het was altijd weer spannend of we subsidie zouden krijgen – subsidie die onlangs helaas is stopgezet overigens. Je schrijft je in de cultuursector gewoon suf aan de subsidieaanvragen.”

En dat zal de komende tijd zeker zo blijven. De crisis is nog lang niet voorbij. “Het voordeel van creatieve mensen is dat ze altijd wel weer manieren vinden om te kunnen blijven werken”, zegt Anneke tot besluit. “Niemand gaat bij de pakken neerzitten. Hopelijk merken mensen tijdens deze hele corona-periode hoezeer ze cultuur missen. De festivals, de concerten. Daardoor komt er hopelijk weer meer aandacht voor het belang van deze sector. Ik blijf optimistisch.”