thumb

RvC tips uit het buitenland

Memo | 10-7-2018 | 288 | 6
thumb

Wat kunnen we in Nederland opsteken van toezicht in het buitenland? Denise Koopmans, onder meer non-executive director bij Sanoma in Finland, en Willem van Walt Meijer, non-executive director bij Milkiland in Oekraïne – beiden al langdurig werkzaam in het buitenland – delen hun ervaringen én aanbevelingen.

One tier vs two tier board

Zowel Koopmans als Van Walt Meijer zien grote voordelen van de one tier board, die je nog altijd meer in het buitenland aantreft dan in Nederland. “Je zit gewoon dichter op de business”, zegt Koopmans. “Het vergt misschien meer tijd, maar gelet op de huidige trends in toezicht waarbij een steeds grotere verantwoordelijkheid ligt bij de toezichthouder, heb ik zelf een voorkeur voor een one tier board.

Dat vindt ook Van Walt Meijer. “Je zit allemaal in hetzelfde team. Soms moet je afstand houden om te kunnen toezien, maar als je te ver weg zit, loop je het risico dat je te weinig ziet. Het gaat om meer dan ‘de commissaris komt weer even langs’. Je werkt en stuurt sámen. Zijn er problemen? Dan kun je ook meteen knopen doorhakken.”

Omgangsvormen – een ander perspectief 

“In het buitenland gaat het er vaak iets zakelijker en formeler aan toe”, vertelt Koopmans.  “Maar de omgang in de board van een bijvoorbeeld een Franse onderneming actief in moderne technologie of in een private equity portfolio company, is weer zakelijker en directer dan die bij een Frans staatsbedrijf. Je kunt dus niet echt generaliseren. Ik heb in het buitenland vooral geleerd dat er ook andere manieren zijn om zaken voor elkaar te krijgen en om de cultuur waarmee ik opgegroeid ben te relativeren. En dat is nuttig in een raad. Mijn tip voor Nederland? Kijk eens of je een buitenlander kan toevoegen aan de raad. Het geeft een frisse en vaak ook bredere blik. Een nieuw perspectief! Verfrissend vind ik ook dat in Frankrijk, Duitsland en Engeland beleefdheidsrituelen erg belangrijk zijn. De discussies in de board worden over het algemeen zeer scherp gevoerd, maar daarna is er altijd weer het ritueel als verbinding om de relatie goed te houden. En dat wérkt.”

In Oekraïne is het niet zozeer formeler dan in Nederland, maar wel harder, zegt Van Walt Meijer. En ook daar kunnen we wat van opsteken, denkt hij. “Het zijn hier tough cookies. Oekraïne is natuurlijk in een oorlogssituatie gekomen met Rusland, waardoor ons bedrijf in zwaar weer zit. Maar onze medewerkers weten niet van opgeven. De mindset ging meteen om: wat gaan we nu doen om het deze maand nog te redden? Iedereen hield het hoofd koel, al moest het personeelsbestand gehalveerd worden. Je moet je gewoon snel aanpassen aan een nieuwe realiteit. Dat kunnen ze daar goed. En daardoor zijn we nu in stabiel vaarwater beland en leven we nog. Heel inspirerend.”

Onafhankelijk – de Senior Independant Director

“Ik denk dat vooral Engeland vooroploopt qua professionele corporate governance”, zegt Koopmans. “Het fenomeen van een Senior Independant Director (SID) zie je ook steeds meer op het Europese continent. De SID – een zwaargewicht dus – is een klankbord voor de voorzitter en is tussenpersoon tussen voorzitter, andere boarddirectors en aandeelhouders. In Zwitserland wordt het vaak gebruikt bij familieondernemingen waar de rollen van voorzitter en meerderheidsaandeelhouder nog verenigd zijn. Overigens vind ik de combinatie van CEO en voorzitter, dan wel voorzitter en meerderheidsaandeelhouder, die je in Frankrijk en Zwitserland tegenkomt, geen optimale constructie vanuit corporate governance perspectief.”  

Werkethiek – transparantie

“De regelgeving in Oekraïne is misschien niet zoals ik die zou willen zien, maar wat er gedaan moet worden, wordt ook gedaan”, zegt Van Walt Meijer. “En dat heeft voordelen voor ons als raad. Alles wat ze doen bij Milkiland verwerken ze heel gedisciplineerd in modellen. Die discipline en werkethiek helpt ons bij de controls. Als je als bedrijf professioneel en geloofwaardig wil zijn, moet je namelijk niet schoorvoetend open zijn, maar volledig transparant. Ons jaarverslag is bijvoorbeeld een heel boekwerk, zonder een handboek te zijn voor de concurrent. Omdat alles in modellen zit, is zo’n jaarverslag goed op te stellen en heeft een betrouwbare onderbouwing." 

Genderquota

“Genderquota en meer diversiteit, is iets dat ook speelt in andere landen”, besluit Koopmans. “Noorwegen en Frankrijk zijn de eerste landen geweest met een genderquota. Dat heeft ertoe geleid dat er inderdaad meer vrouwen in boards van beursgenoteerde ondernemingen zitten daar en dat is natuurlijk heel goed. Maar zeker in het begin zag je vooral vaak dezelfde vrouwen in die boards, en dat is dus niet de diversiteit die je voor ogen hebt. Het buitenland leert dus ook dat je meer moet doen dan alleen quota instellen.”